Theorie studeren
OSPF
- De afkorting OSPF staat voor?
Open Shortest Path First
- Waar wordt OSPF voor gebruikt?
Om de meest efficiënte routes voor packets te vinden binnen een IP-netwerk.
- OSPF is een ... routing protocol.
Link-state
- OSPF maakt gebruik van ... om routing update netwerkverkeer te beperken.
Areas
- Wat is het verschil tussen multiaccess en point-to-point OSPF?
Multiaccess: Meerdere routers zijn verbonden met elkaar met bijvoorbeeld een switch er tussen. DR en BDR worden gekozen.
Point-to-point: Twee routers zijn direct met elkaar verbonden zonder andere routers op hetzelfde segment. Geen DR of BDR nodig.
- Wat zijn de 5 soorten OSPF packets?
1. Hello packet
2. Database Description (DBD) packet
3. Link State Request (LSR) packet
4. Link State Update (LSU) packet
5. Link State Acknowledgment (LSAck) packet
- Wat zijn de 3 OSPF data structures?
Adjacency database: neighbor table
Link-state database (LSDB): topology table
Forwarding database: routing table
- Welk algoritme gebruikt OSPF?
Dijkstra's Shortest Path First (SPF) algoritme.
- Wat staat er in de adjacency database?
Informatie over direct verbonden OSPF-routers.
- Wat staat er in de link-state database?
Informatie over al de andere routers in het netwerk.
Het representeert de netwerktopologie.
- Wat staat er in de forwarding database?
De beste routes naar alle bekende routers.
- Wat doet een Hello packet?
Wordt gebruikt om OSPF-neighbors te ontdekken en de connectie te onderhouden.
DR en BDR verkiezen.
- Wat doet een DBD packet?
Het bevat een korte versie van de LSDB en wordt gebruikt om de LSDB tussen routers te synchroniseren.
- Wat doet een LSR packet?
Wordt gebruikt door een router om specifieke link-state informatie op te vragen van een andere router.
- Wat doet een LSU packet?
Wordt gebruikt als antwoord op een LSR packet en om link-state informatie te verzenden naar andere OSPF-routers.
- Wat doet een LSAck packet?
Wordt gebruikt om de ontvangst van een LSU packet te bevestigen.
- Welke database is hetzelfde op alle routers?
De link-state database (LSDB).
- Wat zijn de 5 stappen van OSPF link-state operation?
1. Establish neighbor adjacency: OSPF routers sturen Hello packets om neighbors te vinden.
2. Exchange Link-State Advertisements: Routers delen LSA's die de status en kost van elke direct verbonden link bevatten.
3. Build Link-State Database: Elke router bouwt een LSDB op basis van ontvangen LSA's.
4. Run Shortest Path First (SPF) Algorithm: Elke router gebruikt Dijkstra's algoritme om de beste routes te bepalen.
5. Update Routing Table: De beste routes worden toegevoegd aan de routing table.
- Wat is het verschil tussen single-area en multiarea OSPF?
Single-area OSPF: Alle routers bevinden zich in dezelfde OSPF-area (area 0). Eenvoudiger te beheren, maar minder schaalbaar.
Multiarea OSPF: Het netwerk is verdeeld in meerdere areas, met area 0 als backbone. Beter schaalbaar en efficiënter voor grote netwerken.
- Wat zit er in een LSU packet?
Link-State Advertisements (LSA's).
- Wat zijn de 7 OSPF Operational states?
1. Down state: Geen Hello packets ontvangen, maar verstuurt er wel.
2. Init state: Hello packet ontvangen die de router ID van de neighbor bevatten.
3. Two-way state: Hello packets zijn uitgewisseld en de bidirectionele communicatie is bevestigd. DR en BDR worden gekozen.
4. ExStart state: In point-to-point netwerken bepalen de twee routers wie begint met het uitwisselen van DBD packets.
5. Exchange state: Routers wisselen DBD packets uit.
6. Loading state: Als meer router informatie nodig is worden er LSR's en LSU's gestuurd. Als dat niet zo is, wordt deze overgeslagen.
7. Full state: De routers zijn volledig gesynchroniseerd en kunnen routes berekenen.
- Wat zijn de gereserveerde multicast IP-adressen voor OSPF?
Alle OSPF routers:
224.0.0.5Alle DR's:
224.0.0.6- Wat is het nut van de BDR?
Als de DR uitvalt, neemt de BDR de plaats in van de DR.
- Wat is OSPFv3?
OSPF versie 3, ontworpen voor IPv6 netwerken.
- Wat is een router ID?
Een uniek 32-bit ID dat een OSPF-router identificeert binnen een OSPF-netwerk.
- Hoe wordt het router ID gekozen?
1. Handmatig configureren.
2. Hoogste IPv4-adres van een actieve loopback interface.
3. Hoogste IPv4-adres van een actieve fysieke interface.
- Hoe worden de DR en BDR gekozen?
1. Router met de hoogste OSPF-prioriteit.
2. Bij gelijke prioriteit, router met het hoogste router ID.
- Wat is de standaard OSPF-prioriteit?
1
- Wat is de standaard OSPF-timer interval voor Hello packets?
10 seconden.
- Wat is de standaard OSPF dead interval?
40 seconden.
- Hoe vaak worden LSU packets naar neighbors gestuurd wanneer het OSPF-netwerk volledig is?
Elke 30 minuten.
- Wat is Gratuitous ARP?
Een ARP-bericht dat de IP naar MAC adres mapping aankondigt van een apparaat zonder dat er een ARP-verzoek is ontvangen.
ACL
- Wat is een Access Control List (ACL)?
Een set regels die bepaalt welk netwerkverkeer is toegestaan.
- Wat is het verschil tussen standard en extended ACL's?
Standaard ACL's filteren verkeer op basis van bron IP-adres.
Uitgebreide ACL's kunnen filteren op basis van bron- en bestemmings-IP-adressen, protocollen en poorten.
- Op welke lagen van het OSI-model werken standard en extended ACL's?
Standaard ACL's werken op laag 3 (netwerklaag).
Uitgebreide ACL's werken op laag 3 (netwerklaag) en laag 4 (transportlaag).
- Wat is het verschil tussen inbound en outbound ACL's?
Inbound ACL's worden toegepast op verkeer dat een interface binnenkomt.
Outbound ACL's worden toegepast op verkeer dat een interface verlaat.
- Wat staat standaard en verborgen in een ACL?
Aan het einde van elke ACL staat standaard een verborgen 'deny all' regel die al het overige verkeer blokkeert.
- Wat is het nut van een wildcard mask in een ACL?
Het specificeert welk deel van het IP-adres moet worden gecheckt bij het toepassen van de ACL-regel.
- Wat doen 'host' en 'any' in een ACL?
'host': Is hetzelfde als het wildcard mask
0.0.0.0.'any': Is hetzelfde als
0.0.0.0 255.255.255.255.- Wat is het verschil tussen een standard en een extended ACL in termen van nummering?
Standard ACL's gebruiken nummers van 1-99 en 1300-1999.
Extended ACL's gebruiken nummers van 100-199 en 2000-2699.
- Waar worden standard ACL's meestal toegepast?
Zo dicht mogelijk bij de bestemming.
- Waar worden extended ACL's meestal toegepast?
Zo dicht mogelijk bij de bron.
NAT
- Wat is Network Address Translation (NAT)?
Een techniek die meerdere privé-IP-adressen een enkel publiek IP-adres laat delen.
- Welke 4 soorten adressen bestaan er binnen NAT?
Inside local address
Inside global address
Outside local address
Outside global address
- Welk soort adres is het adres dat door de buitenkant als het bron adres wordt gezien?
Inside global address
- Welk soort adres is het adres dat door de binnenkant als het bron adres wordt gezien?
Inside local address
- Welke soorten NAT bestaan er?
Static NAT
Dynamic NAT
PAT (NAT overload)
- Welk soort adres is het adres dat door de binnenkant als het bestemmingsadres wordt gezien?
Outside global address
- Wat is Static NAT?
Static NAT maakt een permanente link tussen een privé-IP-adres en een publiek IP-adres.
- Wat is Dynamic NAT?
Dynamic NAT maakt gebruik van een pool van publieke IP-adressen die dynamisch worden toegewezen aan privé-IP-adressen.
- Wat is PAT (NAT overload)?
PAT maakt gebruik van één of meer publieke IP-adressen en verschillende poortnummers om meerdere privé-IP-adressen te vertalen.
- Wat gebeurt er als PAT geen beschikbare poorten meer heeft?
Het probeert het volgende beschikbare publieke IP-adres in de pool te gebruiken, als er geen zijn, werkt PAT niet.
- Wat gebruikt PAT als een packet geen layer 4 poort nummer heeft, specifiek voor een ICMPv4 echo request?
PAT gebruikt het Query ID-veld om een echo request te identificeren met de bijbehorende echo reply.
WAN concepts
- Wat is het verschil tussen een Single-carrier en Dual-carrier WAN verbinding?
Single-carrier: Eén enkele provider levert de WAN-dienst.
Dual-carrier: Twee verschillende providers leveren de WAN-dienst, wat zorgt voor redundantie en betrouwbaarheid.
- Wat betekent de term POP?
POP staat voor Point of Presence. Het is het fysieke punt waar een WAN-provider verbinding maakt met het netwerk van de klant.
- Wat is een demarcation point?
Het is het fysieke punt waar de verantwoordelijkheid van de WAN-provider eindigt en de verantwoordelijkheid van de klant begint.
- Wat is DTE?
Data Terminal Equipment, het apparaat (meestal een router) dat de LAN van de klant verbindt met het WAN.
- Wat is DCE?
Data Communications Equipment, het apparaat (meestal een modem) dat de data verstuurt en ontvangt over het WAN.
- Wat is CPE?
Customer Premises Equipment, de DTE en DCE-apparaten die zich bevinden op het terrein van de klant.
- Wat is een local loop / last mile?
De fysieke kabel die de CPE verbindt met de WAN-provider's netwerk.
- Wat is een DSL-modem en een Cable modem?
Dit zijn DCE-apparaten.
DSL-modem: Gebruikt telefoonlijnen voor dataoverdracht.
Cable modem: Gebruikt coaxiale kabels voor dataoverdracht.
- Wat is een CSU/DSU?
Channel Service Unit/Data Service Unit, een DCE-apparaat of interface op een DCE-apparaat.
CSU: Zorgt voor verbinding integriteit via error correction en line monitoring.
DSU: Zet digitale signalen van de DTE om naar signalen die geschikt zijn voor de WAN-verbinding en vice versa.
- Waarom wordt parallel communicatie niet gebruikt in een WAN?
Omdat het voor lange afstanden slecht werkt vanwege synchronisatieproblemen.
- Wat is MPLS?
Multiprotocol Label Switching, een technologie die data in een WAN kan versturen zonder dat er rekening hoeft te worden gehouden met het onderliggende protocol of payload.
- Wat is een CE, PE en P router?
CE: Customer Edge router
PE: Provider Edge router
P: Provider router
- MPLS routers zijn LSR's. Wat betekent LSR?
Label Switched Router
- Waar staat de afkorting DSL voor?
Digital Subscriber Line
VPN and IPsec
- Wat is het verschil tussen een site-to-site VPN en een remote-access VPN?
Site-to-site VPN: Verbindt hele netwerken met elkaar via het internet. Zo lijkt het alsof ze op dezelfde LAN zitten.
Remote-access VPN: Verbindt individuele gebruikers met een netwerk via het internet. Wordt gestart door de gebruiker.
- Wat is het verschil tussen een enterprise VPN en een Service provider VPN?
Enterprise: Gebruikt IPsec en SSL VPN's.
Service provider: Gebruikt MPLS om VPN-netwerkverkeer te scheiden van ander netwerkverkeer.
- Wat is het verschil tussen Clientless en Client-based remote access VPN's?
Clientless: Via bijvoorbeeld een webbrowser die SSL gebruikt om HTTP verkeer of andere protocollen te beveiligen.
Client-based: Vereist speciale VPN-clientsoftware op het apparaat van de gebruiker.
- Wat betekent AH en ESP?
Authentication Header
Encapsulation Security Protocol
- Wat is HMAC?
Hashed Message Authentication Code, een cryptografische techniek die wordt gebruikt om de integriteit van een bericht te verifiëren.
- Wat is de opbouw van een IPsec VPN?
1. IPsec protocollen: ESP
2. Encryptie / confidentiality: AES of SEAL
3. Integriteit: HMAC, gebruikt SHA256
4. Authenticate: RSA
5. Diffie-Hellman: Keys worden gedeeld
- Welke DH groepen worden afgeraden en welke worden aangeraden?
Afgeraden: 1, 2 en 5
Aangeraden (tot 2030): 14, 15 en 16
Aangeraden: 19, 20, 21 en 24
QoS
- Noem 3 verschillende bronnen van delay.
1. Code delay: De tijd dat het duurt om de data te comprimeren voor het op te sturen.
2. Packetization delay: De tijd dat het duurt om de packet te encapsulaten.
3. Queuing delay: De tijd dat een packet moet wachten voordat deze kan worden verstuurd.
4. Serialization delay: De tijd dat het duurt om data op de kabel te zetten.
5. Propagation delay: De tijd dat het duurt voor de data om van bron naar doel te geraken.
6. De-jitter delay: De tijd dat het duurt om meerdere packets te bufferen en ze met gelijke intervallen te versturen.
- Wat is packet loss?
Wanneer packets verloren gaan tijdens de transmissie over het netwerk.
- Wat is jitter?
De variatie in packet aankomst tijden, wat kan leiden tot onregelmatige ontvangst van data.
- Wat zijn 4 queue algoritmes?
1. FIFO: First-In, First-Out
2. WFQ: Weighted Fair Queueing
3. CBWFQ: Class-Based Weighted Fair Queueing
4. LLQ: Low Latency Queueing
- Wat is FIFO?
First-In, First-Out. Packets worden in de volgorde verwerkt waarin ze aankomen.
- Wat is WFQ?
Weighted Fair Queueing. Beslist welk netwerkverkeer prioriteit krijgt op basis van analyse van packets. Geeft bijvoorbeeld prioriteit aan interactieve data zoals VoIP.
- Wat is CBWFQ?
Class-Based Weighted Fair Queueing. Vergelijkbaar met WFQ, maar maakt gebruik van vooraf gedefinieerde klassen om verkeer te categoriseren en prioriteren.
- Wat is LLQ?
Low Latency Queueing. Een uitbreiding van CBWFQ met Strict Priority Queueing (PQ). Hiermee kan specifiek verkeer, zoals VoIP, altijd voorrang krijgen.
- Wat zijn de 3 modellen voor QoS? Leg ze ook uit.
1. Best-effort: Eigenlijk geen QoS, er wordt geen verschil gemaakt tussen packets. Is heel schaalbaar.
2. IntServ: Integrated Services, maakt gebruik van het protocol RSVP. Applicaties laten weten wat voor bandwidth en delay vereisten ze hebben. Is niet goed schaalbaar.
3. DiffServ: Differentiated Services, gebruikt classes om netwerkverkeer te verdelen en deze verschillende hoeveelheden prioriteit te geven. Is heel schaalbaar.